Familie Bendix Schaap

Op 2 oktober 1942 werden de enige joodse inwoners van de voormalige gemeente Rolde door de Duitse bezetter uit hun woningen gehaald. Ze werden naar het doorgangskamp Westerbork gebracht en belandden enkele dagen later met de trein in het Poolse vernietigingskamp Auschwitz. De meeste van hen werden direct na aankomst vergast.

August en Fritz Schaap
Sonja Schaap

Vlucht
Het ging om drie gezinnen, waarvan twee woonden in Rolde en één in Nooitgedacht. In totaal betrof het twaalf personen. De twee gezinnen in Rolde vluchtten in 1939 vanwege de nationaal-socialistische dreiging uit het Duitse Lathen naar Nederland. Het gezin van Aron Schaap, die hier zijn beroep van veehandelaar voortzette, telde vijf leden. Het gezin van Bendix Schaap, een broer van Aron die ook veehandelaar was, bestond uit vier personen. Beide families vestigden zich aanvankelijk in een op dat moment leegstaand huis aan de Asserstraat 1, tegenover het Hof van Rolde. Toen het pand korte tijd later werd gekocht door de eigenaar van het taxibedrijf Takens verhuisde Aron Schaap met zijn gezin naar de Asserstraat 43. Een zoon van de taxi-ondernemer en zijn vrouw deelden de woning daarna met het gezin van Bendix Schaap.

In Rolde kregen de beide families Schaap op vrijdag 2 oktober 1942 bezoek van gemeenteveldwachter Andries Eleveld. Die vertelde hen dat ze zich op de avond van die dag voor 9 uur moesten melden in het kamp Westerbork Ze moesten maar zien hoe ze er kwamen. Taxi-ondernemer Hendrik Takens bood aan de twee gezinnen met een vrachtauto naar Westerbork te brengen. Bij het vertrek uit de Asserstraat protesteerden de vrouwen zo hard dat het gegil in het hele dorp Rolde te horen was. Chauffeur van de auto was nu Takens zelf. Waarschijnlijk bedankte caféhouder Piest na zijn bewogen rit vanuit Nooitgedacht voor een tweede transport. Veldwachter Eleveld was er wel bij. Aan de beide families Schaap zou ’s middags voorgesteld zijn om onder te duiken. Ze zouden hebben besloten dat niet te doen om geen andere mensen in gevaar te brengen. Mogelijk kwam het voorstel van Eleveld.

Takens was er bij aankomst in het kamp Westerbork getuige van dat door de joodse families meegenomen beddengoed en kleding bij de ingang van het kamp op straat werden gegooid. Alleen de koffers mochten ze houden. Takens zei later dat de families volgens hem wisten welk lot hen te wachten stond. De woonruimten van beide families aan de Asserstraat werden door de Duitsers verzegeld. Een paar dagen later is veldwachter Eleveld naar het kamp Westerbork teruggegaan. Daar kreeg hij van andere gevangenen een briefje van de familie Fiesler met de mededeling dat ze al vertrokken waren.

De 56-jarige Aron Schaap, zijn 43-jarige vrouw Anna Stein en hun 14-jarige dochter Leonie zijn op 26 oktober 1942 in Auschwitz vergast. Drie dagen later zijn de vrouw van Bendix Schaap, Milly Simon (43 jaar) en twee van haar kinderen Sonja (16 jaar) en Fritz (11 jaar) daar omgebracht. De op dat moment 17-jarige August is op 9 december ter dood gebracht en zijn vader Bendix Schaap stierf op 28 februari 1943 op 50-jarige leeftijd in Auschwitz. Zijn zoon Joachim is volgens joodse archieven op 31 maart 1944 op 18-jarige leeftijd ‘ergens in Midden-Europa’ gestorven.
In Rolde bevinden zich op twee plaatsen herinneringen aan voormalige joodse inwoners. Op de Kerkbrink staat een monument dat is geadopteerd door de openbare basisschool Jan Thies. Nabij ’t Ruige Veld bevindt zich een joodse begraafplaats.

Bron: Twaalf Rolder Joden in 1942 gedeporteerd, Egbert J. van der Veen. Gepubliceerd in De Kloetschup, tijdschrift van het Rolder Historisch Gezelschap – september 2012

Asserstraat 1 Rolde

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven